
Jurisprudentie
BC9845
Datum uitspraak2008-01-28
Datum gepubliceerd2008-04-17
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 07/01817
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-04-17
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 07/01817
Statusgepubliceerd
Indicatie
Sanctie is aan de betrokkene opgelegd als kentekenhouder. De betrokkene heeft de naam en het adres van de bestuurder, die de gedraging heeft verricht, bekend gemaakt. Artikel 181, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 niet van toepassing. De WAHV biedt de kentekenhouder niet de mogelijkheid om zich van zijn aansprakelijkheid voor de gedraging te bevrijden door de bestuurder van het voertuig bekend te maken. De betrokkene heeft wel de mogelijkheid om het bedrag van de sanctie op de bestuurder te verhalen.
Uitspraak
WAHV 07/01817
28 januari 2008
CJIB 19101926211
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam
van 27 september 2007
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Alkmaar genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op
17 december 2006 om 15.00 uur op de Overtoom in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [[AB-00-AB]]
3.2. De betrokkene ontkent niet dat de gedraging is verricht met het betreffende op zijn naam geregistreerde voertuig. De betrokkene voert echter aan dat hij niet als kentekenhouder aansprakelijk kan worden gesteld wanneer de bestuurder die met zijn voertuig de gedraging heeft verricht, bekend is. Hij heeft daarom de naam en het adres van die bestuurder bekendgemaakt.
3.3. Artikel 5 WAHV maakt het mogelijk dat, wanneer niet aanstonds is vastgesteld wie de bestuurder was van het voertuig waarmee de gedraging is verricht, de sanctie kan worden opgelegd aan de kentekenhouder van dat voertuig. Daarmee is tot uitdrukking gebracht dat het de verantwoordelijkheid is van de kentekenhouder ervoor te zorgen dat met zijn voertuig geen verkeersovertredingen worden gepleegd. Als dat toch gebeurt, behoort de administratieve sanctie voor zijn rekening te komen. Anders dan artikel 181, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 biedt de WAHV de kentekenhouder van het voertuig waarmee de gedraging is verricht niet de mogelijkheid om zich van zijn aansprakelijkheid voor de gedraging te bevrijden door de bestuurder van het betreffende voertuig bekend te maken. Desgewenst heeft de betrokkene wel de mogelijkheid om het bedrag van de sanctie op de bestuurder te verhalen.
3.4. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt zakelijk weergegeven in dat de bestuurder van een Nissan Sunny met kenteken [AB-00-AB] het rode licht negeerde, terwijl dat voertuig ongeveer 150 meter van het verkeerslicht was verwijderd op het moment dat het verkeerslicht in zijn richting rood licht begon uit te stralen.
3.5. Gelet op de door de betrokkene niet bestreden verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
3.6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

